Verzamelen, drogen en bewaren van bollen en knollen
Bollen worden uit de grond gehaald om plaats te maken voor andere planten, omdat ze kwetsbaar zijn voor de winterkou of omdat er gewoon te veel gekomen zijn.
In de lente bloeiende bollen zoals hyacinten, narcissen en tulpen laat men bij voorkeur zitten tot het blad is afgestorven. Is dit niet mogelijk omdat de ruimte nodig is voor zomerplanten neem dan de bollen op en breng ze over naar een plaats waar ze nog even groeien.
Steek op flinke afstand van de plant een schep in de grond, diep genoeg om onder de bollen te komen. Licht ze voorzichtig op, met grond, bladeren en stelen. Brokkel de grond van de bol af zonder de bolhuid te beschadigen. Gooi de bollen die er verdroogd uitzien of rotte plekken vertonen weg. Breng de rest naar een zonnige of licht beschaduwde hoek van de tuin
Nu worden de bollen in diepe bakken met vochtige tuinturf worden gelegd. De rijen mogen over elkaar heen liggen, maar de bladeren moeten boven de tuinturf uitsteken. Strooi over de bollen nog meer tuin turf en zet de bakken op een licht beschaduwd plaatsje tot de bladeren geheel verwelkt zijn. Houd de tuinturf vochtig.
Als de bollen uit de sleuf of de bakken zijn genomen, verwijder dan verdord blad, dode wortels en verschrompelde bolhuid. De kleine bolletjes die aan de moederbol zitten kunnen weggedaan of voor de vermeerdering gebruikt worden. Leg de bollen onbedekt naast elkaar in ondiepe kisten en zet deze tot de planttijd in de herfst op een koele droge plaats.
Gladioleknollen worden gerooid als de bladeren in oktober bruin worden. Snijd stengels en bladeren 3 cm boven de knol af. Leg de knollen, onbedekt, in bakken op een luchtige, koele plaats totdat ze droog zijn, wat na zeven tot tien dagen het geval is.
Breek oude verschrompelde knollen af en ook de kleine knolletjes (kralen) die voor de vermeerdering kunnen worden gebruikt.
Bewaar de gezonde knollen tot de lente in bakken op een koele maar vorstvrije plaats.
