Enten
De meeste amateurtuiniers slaat alleen al bij de gedachte aan enten de schrik om het hart.
Geheel ten onrechte, want in feite en dat geldt voor de meeste aspecten van het tuinieren - is alles wat u nodig hebt enthousiasme, geduld en een beetje handigheid. Gekoppeld aan enig begrip van de toe te passen werkwijze, kunt u hiermee een heel eind komen.
De verschillende manieren van enten zijn niets anders dan alternatieven voor de vermeerdering van planten, die niet soort-echt uit zaad voortkomen of om de een of andere reden moeilijk zijn te vermeerderen door stekken, deling of afleggen. Enten worden ook gebruikt om de groeikracht van planten te controleren - bijvoorbeeld om een dwergversie uit een appelvariëteit te vormen of om de verminderde groei van een sterk doorgeteelde roos weer te verbeteren.
Het principe van het enten komt neer op het verbinden van een deel van de te vermeerderen variëteit - de ent - met de onderstam van een andere variëteit en daaruit een fysiologische eenheid te vormen. Deze nieuwe plant zal de vrucht- en bloeieigenschappen van de ent hebben en de kracht en groeikwaliteiten van de onderstam.
Afhankelijk van de toegepaste methode kan de ent in grootte variëren van één enkele knop tot een enkele centimeters lange scheut. De onderstam betreft gewoonlijk een bestaand wortelsysteem met een hoofdstengel waarmee de ent wordt verbonden. Ent en onderstam behoren meestal - maar niet altijd - tot hetzelfde geslacht. Peren (Pyrus communis), bijvoorbeeld, worden vaak geënt op de onderstam van de kwee (Cydonia oblonga).
Van het simpelweg op elkaar drukken van twee plantedelen behoeft u geen grote resultaten te verwachten. Om te slagen moet het enten op een bepaald moment gewoonlijk aan het eind van de sluimerperiode - en op een bepaalde wijze plaatsvinden. Vlak onder de top laag of bast van iedere plant bevindt zich een laag cellen, het zgn. cambium of bastweefscl. Tijdens het groeiseizoen vermenigvuldigen deze cellen zich voortdurend en zij zijn dan ook verantwoordelijk voor het dikker worden van stam, takken en wortels. De op-, zij- en neerwaartse groei komt voort uit de groeitopjes aan takken en wortels.
Voor een goede ent is het van belang dat zoveel mogelijk cambiumlagen van de beide plantedelen elkaar raken - dit verklaart waarom entsneden altijd schuin zijn. Wanneer de delen zijn samengevoegd en verbonden en het groeiseizoen aanvangt. kunnen de voedingsstoffen van elke plant via de verbonden weefsellagen in elkaar overvloeien. Tegen de herfst zal de ent zijn samengesmolten met de onderstam en zal de verbinding definitief zijn geworden.
