Frambozen snoeien
Frambozen zijn prachtige vruchtdragende heesters, maar dienen wel te worden bijgehouden omdat ze anders snel te wild groeien.
Zomer- en herfstrassen moeten elk op een ander moment worden gesnoeid. Zomerframbozen groeien aan stengels die het voorgaande jaar zijn gevormd; elk jaar zijn er dus twee soorten stengels: stengels die vrucht dragen en stengels die alleen maar groeien en de volgende zomer vrucht dragen. Snoei zomerframbozen direct nadat ze vrucht hebben gedragen. Snijd de vruchtdragende stengels tot op de grond af. Hierdoor krijgen de stengels voor volgend jaar genoeg lucht en licht.
Bind de nieuwe stengels na het snoeien tegen beide draden, bij de bovenste op een onderlinge afstand van zo'n 10 cm. Bind alleen de sterkste en beste nieuwe stengels vast en snijd alle zwakke takjes weg. Kort de volgende lente alle stengels in die meer dan 25 cm boven de bovenste draad uitsteken.
De stengels van herfstframbozen groeien en dragen vrucht in hetzelfde jaar, dus moeten ze anders gesnoeid worden. Snoei de stengels niet als ze uitgedragen zijn; ze moeten de wortelstok beschermen gedurende de winter. Snijd ze pas in maart tot op de grond af.
Eigenlijk zou u de stengels het volgende jaar weer vrucht kunnen laten dragen maar dat is niet echt slim. De herfstoogst wordt minder en u loopt kans dat er ziekten worden overgebracht op de nieuwe stengels.
Van oudsher worden zomerrassen direct nadat ze in november geplant zijn, tot 25 cm ingekort. Hierdoor produceren ze het eerste jaar niet te veel vruchten en krijgen ze de kans om aan te slaan en sterke jonge stengels te vormen. Herfstrassen moeten na het planten ongemoeid worden gelaten tot maart; snijd ze dan, net als de volwassen planten, tot op de grond af.
