Wilde haag en boomgaard
Wanneer u uitgekeken bent op het altijd maar bijknippen van uw haag maar er dan een wilde haag van. Laat de planten die er al zijn gewoon doorgroeien totdat u goed ziet wat er allemaal staat.
Vervang de planten die u niet bevallen door inheemse soorten als de meidoorn, hazelaar, hulst en wegedoorn. Met klimmers en kruipers als de bosrank (Clematis vitalba), spekwortel (Tamus communis), bitterzoet (Solanum dulcamara), bramen en hondsrozen (Rosa canina) kunt u voor wat afwisseling zorgen. Vlak bij de haag, maar niet tussen het wortelstelsel. kunt u enkele kruidachtige bermplanten als look-zonder-look (Alliaria petioIata), dagkoekoeksbloem (Silene dioica) of sneeuwklokjes neerzetten. Denk er wel aan dat een haag veel ruimte in beslag neemt en dat u dus van tijd tot tijd enkele takken moet weghalen om hem niet te groot te laten worden. Snoei niet in de lente, want dan verstoort u de dieren en vogels die net hun nestjes bouwen.
Een boomgaard kan een prachtige plek voor een weidetuin zijn. Plant in een nieuwe boomgaard met jonge bomen graanakkerplanten. Schep in een oudere boomgaard waar ruw gras groeit een deel van de zoden weg en zaai er een fijner mengsel van wild gras. Taaiere soorten, zoals de margriet, kunnen direct in de boomgaard worden gezaaid; andere wilde planten kunnen eerst als potplant worden gekweekt. Zet de potten tot aan de rand in de grond, zodat de planten in ieder geval in het begin niet hoeven te vechten om ruimte voor hun wortels. In een oudere boomgaard met veel schaduw kunt u bosplanten zetten. Knip de wilde weide vroeg in de herfst bij, zodat u onbelemmerd kunt oogsten in de boomgaard.
