Wilde kruiden

Sommige eetbare planten doen het heel goed in een weidetuin, bijvoorbeeld tijm, zuring en paardebloem, die in salades of als groenten kunnen worden genuttigd.
De onderste bladeren en de stelen van zeekool (Crambe maritima) zijn eetbaar.
Brandnetels (Urtica dioica) verliezen hun branderigheid als ze enkele minuten gekookt worden. Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) en moederkruid (Tanacetum parthenium) groeien langs heggen of grazige oevers. Wilde cichorei (Cichorium intybus) kan als groente worden gebruikt en zijn dikke wortels worden gebrand om te dienen als koffiesurrogaat. Met echte waterkers (Nasturtium officinale) uit de tuinvijver kunt u uw salades wat pikanter maken. Aan de Latijnse naam kunt u gemakkelijk zien welke planten van oudsher als geneeskruid worden gebruikt. Als het woord officinale of officinalis in de naam zit - zoals bij de waterkers en paardebloem (Taraxacum officinale) - werd de plant vermoedelijk reeds in de middeleeuwen door apothekers gebruikt. De term is afgeleid van officina - het woord waarmee in een middeleeuws klooster de medicijnkast werd aangeduid.