Adonis (Ranonkelachtigen)
Tot het Adonis-geslacht behoren één- en meerjarige soorten die wijdverbreid in Europa en Azië voorkomen.
Ze hebben fijn ingesneden bladeren en het eind van de weinig vertakte stengel wordt opgefleurd door een alleenstaande bloem. Voor de rotstuin zijn de A. vernalis en de A. amurensis met hun grote gele bloemen bijzonder geschikt.
De adonis zet u bij voorkeur op een plekje in de volle zon en in rijke, lichte en kalkhoudende grond. Zure grond verdraagt ze slecht. Ze is honkvast, vormt talrijke pollen en bloeit weelderig. U moet de adonis een niet al te krap bemeten plaatsje geven, na de bloei worden de stengels namelijk langer, gaan liggen en verdorren pas in de herfst. In die periode is de plant niet erg aantrekkelijk maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de bloemenzee in het voorjaar. Vermeerdering van de adonis kan door scheuren van de pollen na de bloei of door zaaien van het zaad direct na de rijping. Als de zaadjes vrijkomen zijn ze nog niet rijp. De jonge plantjes groeien vrij traag. De Adonis amurensis stelt weer hele andere eisen: humusrijke grond, niet te schraal, wat schaduwen een vochtige standplaats. De plant floreert ook prima onder wat geboomte. In ons klimaat zet ze wel zaad, maar dat ontkiemt niet. Vermeerdertng is dan ook alleen mogelijk door scheuren van de pollen.
De A. vernalis (Voorjaarsadonis) groeit op zonnige, warme hellingen en op de stenige steppen in Zuidoost- en Midden-Europa; basisch rotsgesteente heeft haar voorkeur. Hoewel vermeerdering in de tuin zeer gemakkelijk gaat, is deze adonis een wettelijk beschermde plant. Ze wordt 10 tot 30 cm hoog. De alleenstaande heldergele bloemen kunnen soms een doorsnee van 7 cm bereiken. In de bloeiperiode (van april tot mei) is ze in de rotstuin een lust voor het oog. De dopvruchten met snavel hebben een ruw oppervlak en rusten op een cilindervormige bloembodem.
De A.amurensis REGEL en RADDE is een uit Mandsjoerije afkomstige plant die we nog maar weinig zien. Deze adonis lijkt op de hierboven beschreven soort, maar de blaadjes zijn dieper ingesneden en ontwikkelen zich tegelijkertijd met de bloem of vaak pas erna. De gele bloemen zijn iets kleiner en ontluiken in februari en maart.
