Gipskruid (Gypsóphila paniculáta)
Taaie, kogelvormige wortel, die vrij diep in de grond reikt. Sterk vorkvormig vertakte, grijsgroene stengels, die onderaan smalle grijsgroene bladeren dragen. Rijkbloeiend met een massa kleine witte bloempjes.
Droogteminnende plant voor doorlatende grond en een zonnige plaats. Behandeling: In het voorjaar uitplanten; plantafstand 80-100 cm. In de herfst terugsnijden. Vermeerdering: De stamsoort kan in het voorjaar worden gezaaid. De cultivars enten op de wortels van de stamsoort. Gebruik: Als solitair tussen grote groepen in natuurlijke beplantingen. Ook in borders. Snijbloem voor boeketten en bindwerk.
