Wateraardbei (Comarum palustre)
. De bladeren zijn blauwachtig groen, gevederd en lijken wat op die van een wilde roos, waaraan hij ook verwant is. De bloemen, die in juni verschijnen, hebben een eigenaardige, donkerbruinrode kleur en doen iets denken aan die van een aardbei, vandaar de naam.
De kroonbladen zijn maar klein en hun functie wordt overgenomen door de goed ontwikkelde kelkbladen. De planten hebben liggende, houtachtige stengels, die soms vrij lang zijn en die gaarne door het vochtige mos kruipen. Men kan deze soort niet zo gemakkelijk door stek vermeerderen, deze wortelen namelijk moeilijk. Beter doet men te trachten zaad te krijgen; zaailingen krijgen ook een krachtiger wortelstelsel dan
steklingen. De wateraardbei houdt van zure grond en groeit goed in veengrond; men plante ze bij vergeetmijnietjes, die er goed in kleur mee harmoniƫren.
