Vergeetmijnietje (Myosotis)
Dit soortenrijk geslacht met zijn kleine, hemelsblauwe bloemen is zo bekend, dat we van een beschrijving wel kunnen afzien.
In het hooggebergte, in het bos, in de weide, als akkeronkruid en ook als sierplant in de tuin kunnen we de vergeetmijnietjes vinden. De meeste soorten zijn een- of tweejarig,
sommige behoren tot de vaste planten. Vooral deze laatsten zijn het, die voor ons van betekenis zijn. In de eerste plaats M. scorpioides (syn. M. palustris), die ook bij ons langs sloten, beken en meren algemeen voorkomt; deze soort groeit in Europa, noordelijk Azië en Noord Amerika in het wild. De mooiste cultuurvariëteiten zijn 'Thüringen' en 'Perle von Ronnenberg', beide groot bloemig, zeer lang met prachtige, hemelsblauwe bloemen bloeiend. Vooral wanneer men de uitgebloeide stengels afsnijdt, blijven de planten zeer lang bloeien, tot in de herfst. Ook kan men ze als snijbloemen gebruiken, ze blijven in een vaas vrij lang goed. Deze cultuurvariëteiten groeien in het algemeen forser dan de meeste wilde soorten, ze worden wel tot 50 cm hoog. Ze stellen daarbij weinig eisen aan de bodem; het liefst staan ze op drassige grond en kunnen bovendien wat schaduw verdragen. Op droge grond bloeien de vergeetmijnietjes zich spoedig dood, zelfs de allersterkste kan daar niet tegen. Men plant ze gaarne tussen andere, niet al te gevoelige gewassen als Iris, Comarum e.d., ze kunnen daar naar hartelust doorheenkruipen.
,br>M. caespitosa (syn. M. rehsteineri) lijkt veel op M. scorpioides. Deze lage soort komt bij ons aan waterkanten tamelijk algemeen voor en vormt dichte, tot 5 cm hoge zoden. De bloemen zijn kleiner dan bij de vorige soort, bloeien ook zeer lang. Men moet deze soort soms wel wat beschermen, want op ongunstige plaatsen kan hij de strijd tegenover krachtiger groeiende planten niet altijd volhouden. In ieder geval is het een dankbare, mooie plant voor kleine vijvers, zelfs geschikt voor terraria.
