Pijlkruid (Sagittaria)
Het pijlkruid neemt in de waterpartijen een bijzondere plaats in, hij verenigt schoonheid met bescheidenheid. De grote, pijlvormige bladeren zijn nogal variabel van vorm, maar steeds indrukwekkend en fraai.
Het meest belangrijk zijn de bloemen, die in de volle zomer verschijnen. De bloembladen zijn op enkele uitzonderingen na wit met een paaJ;se voetvlek. Sagittaria's passen zich gemakkelijk aan de waterdiepte aan. In ondiep water worden ze het mooist, zowel de bladeren als de bloemen ontwikkelen zich dan het best. In dieper water, dieper dan 50 cm, ontstaan behalve de gebruikelijke bladeren, die rechtopstaan en boven het wateroppervlak uitsteken, bladeren met drijvende bladschijven en bij nog grotere diepte worden uitsluitend ondergedoken bladeren gevormd, die lang en smal zijn; in dat stadium bloeien de planten niet meer. Gedurende de gehele zomer kruipen de wortelstokken door de modder, tegen de winter ontstaan de winterknoppen. In de herfst moet men de planten vooral met rust laten, opdat deze knoppen niet worden beschadigd. Overigens sterft dan alles behalve deze winterknoppen af.
Behalve de inheemse S. sagittifolia vindt men bij ons in onze vijvers nog wel eens S. latifolia uit Noord Amerika, die daar in de bladvorm zeer variabel is. Deze soort onderscheidt zich van S. sagittifolia door de roodachtige winterknoppen, die bij onze inlandse soort groenachtig zijn. S. sagittifolia groeit in geheel Europa tot Oost Aziƫ in het wild.
Dan is er nog S. leucopetala, waarvan de bloembladen zuiver wit zijn en S. graminea, een kleine soort uit Noord Amerika, waarvan de bladen niet pijlvormig zijn, maar smal lancetvormig. De bloemen zijn geheel wit, de meeldraden groen, in tegenstelling tot die van S. latifolia, waar ze geel zijn. S. graminea is een soort voor kleine vijvers.
