Wederik (Lysimachia)
Van dit geslacht worden er verscheidene voor oeverbeplanting gekweekt. Een fraaie is L. nummularia, het penningkruid, dat bij ons in vochtige weiden en langs oevers in het wild groeit en zich uitspreidt met zijn vrij lange, met ronde, op penningen gelijkende bladeren bezette uitlopers.
Wie er plaats voor heeft, kan van deze planten spoedig een tapijtje kweken, dat vanaf juni een menigte gele bloemen geeft. Soms komt de plant wel eens in het water terecht en gaat zich dan als een ondergedoken waterplant gedragen. Een aantrekkelijke vorm is 'Aurea' met gele bladeren; het is net alsof deze altijd in bloei staat.
Geheel anders zien de hoger groeiende soorten er uit; meestal hebben ze een korte kruipende wortelstok, waaruit zich de opgaande stengels ontwikkelen; de bladeren zijn overstaand, soms zitten er drie bijeen, bij L. punctata ontwikkelen de bloemtrossen zich in de oksels hiervan; deze bloemen zijn ook geel, soms hebben ze een rode voetvlek. Witte bloemen heeft L. clethroides met 'overhangende trossen en L. fortunei met opstaande trossen, beide uit Oost Aziƫ. Ten slotte mogen de beide inheemse soorten L. thyrsoides en L. vulgaris niet vergeten worden. Zij vormen in betrekkelijk korte tijd dichte planten, zoals men van oeverplanten verwachten kan.
