Vermeerderen van waterplanten
Vermeerdering van waterplanten kan meestal volgens de zelfde methoden als bij gewone tuinplanten
Scheuren
Wanneer men waterplanten kan scheuren, dan geeft dit slechts zelden moeilijkheden. Voor een snelle vermeerdering kan men de delen zelfs in potten kweken, waarbij men er natuurlijk op dient te letten, dat bij het later verplanten geen stoornissen in de groei kunnen optreden. De volgende soorten lenen zich uitstekend om door scheuren te worden vermeerderd: Hippuris vulgaris, Phragmites communis, Acorus gramineus, -Mimulus, Cyperus, Typha, Menyanthes trifoUata, Eriophorum, Sparganium en Scirpus. Men mag dergelijke gewassen natuurlijk niet te lang in de pot laten staan. Wanneer ze een bepaalde grootte hebben bereikt moeten ze geplant worden.
Soorten, die in de winter hun wortels verliezen, die winterknoppen bezitten of vlezige wortelstokken, of die spoedig voor potten te groot worden, komen natuurlijk voor potcultuur niet in aanmerking. Dit zijn o.a. Calla palustris, Acorus calamus, Butomus umbellatus, Sagittaria. Butomus behoeft eigenlijk in het geheel niet vermeerderd te worden; wanneer men deze soort in een vijver heeft staan, kan men eenvoudig jonge delen afsteken. bij voldoende bemesting groeien uit de losgestoken wortelstokken spoedig nieuwe planten. De oude wortelstok is dan waardeloos.
Bij Calla palustris gaat het ook alleen maar om de top van de wortelstok; het bovengrondse deel is vaak meer dan een meter lang en men kan hiervan alleen vermeerderen, wanneer er zij scheuten aanwezig zijn. De jonge wortels vormen zich ook hier vlak bij de top en het oude gedeelte sterft af.
Stekken
Ook de vermeerdering door middel van kopstek kan bij waterplanten worden toegepast. Dit bijv. is het geval bij Euphorbia palustris, de moeraswolfsmelk, waarbij men eerst het door de snede te voorschijn gekomen melksap laat opdrogen; beter is nog het twijgeinde even in ae grond te steken. Verder kan men ook Saururus en Comarum palustre stekken, bij de laatstgenoemde gaat het evenwel niet zo gemakkelijk. Scheuten, die in het voorjaar uit de grond komen, kunnen dan het best als kopstek worden gebruikt, maar daardoor worden de moederplanten vaak verzwakt. Het verdient aanbeveling de stekken eerst met een groeistof-preparaat te behandelen en daarna te steken in een mengsel van gelijke delen turfmolm, zand en bladaarde. Men doet dit bij voorkeur in een aquarium, dat men gedeeltelijk met dit mengsel vult; men voegt er nogal wat water bij, maar niet zo veel, dat het boven de oppervlakte van de aarde blijft staan. Het aquarium wordt na het stekken op een niet te zonnige plek in de kas of kamer geplaatst. Wanneer men dan het aquarium nog met een glasplaat afdekt, dan hoeft men er tot aan het verplanten niet meer naar om te kijken. Men kan natuurlijk ook de stekken steken in een bak, als men maar voor voldoende luchtvochtigheid zorgt.
Zaaien Veel waterplanten zijn uit zaad te kweken en men doet dit hoofdzakelijk, wanneer andere vermeerderingsmethoden falen of te weinig rendement geven. Sommige soorten zijn niet te scheuren, andere zijn moeilijk te stekken. Vooral wanneer het om grote hoeveelheden gaat, zal men zijn toevlucht moeten nemen tot zaaien.
Als het enigszins kan, moet men de zaden zelf zien te oogsten, want bij vele soorten moeten zij direct na de oogst worden gezaaid, omdat de kiemkracht maar kort stand houdt. In het algemeen mogen de zaden. niet droog bewaard worden. De zaden worden uitgezaaid op een dunne laag aarde, het beste in ondiepe testen, die met een glasplaat worden afgedekt. Moerasplanten kan men in kleine potten zaaien, die dan in ondiep water worden geplaatst. Soms moet vóór de kieming de vorst over de zaden gaan en komen potten goed van pas; men kan deze in de winter gemakkelijk enkele dagen buiten zetten.
Is men van het tijdstip van zaaien niet op de hoogte, dan doet men het beste direct na
de oogst uit te zaaien en de zaaitesten tot het voorjaar rustig te laten staan. Wanneer de zaden kiemen worden de testen op een zeer lichte plaats gezet, want duisternis maakt de zaailingen gevoelig voor ziekten. Door de hoge luchtvochtigheid wordt de groei gestimuleerd, maar de plantjes harden daardoor niet voldoende af. Zodra de zaailingen sterk genoeg zijn, legt men onder één zijde van de glasplaat een houtje, waardoor enige ventilatie ontstaat; later wordt de glasplaat geheel verwijderd. Wanneer de zaailingen voldoende afgehard zijn, worden ze verplant en kan de luchtvoch tigheid weer worden opgevoerd.
De volgende soorten kunnen goed door zaad worden vermeerderd: Alisma, Apono-
geton (deze uitsluitend door zaad), Comarum palustre (deze kan beter door stek), Lysichiton (deze uitsluitend door zaad), Caltha palustris (de niet gevulde vormen). Voor de vermeerdering van waterplanten is een bassin van 150 cm breed en 20-30 cm diepte..zeer geschikt. De maten hiervan komen min of meer overeen met die van een bak. De lengte doet er niet veel toe, maar te lang is ook niet goed. Eén zijde, liefst de noordkant, moet 15 cm hoger zijn dan de tegenoverliggende kant.
