Tuinchrysanth (Chrysánthemum morifólium-hybriden)

Opgaande planten met vertakte stengels en donkergroene gelobde bladeren. Bloemhoofdjes enkel of dubbel, in alle kleuren en tinten, behalve blauw en zwart.
Het zijn met de herfstasters de belangrijkste najaarsbloeiers. Eisen: Chrysanthen stellen tamelijk hoge eisen aan de grond. Ze verlangen een losse, voedselrijke grond met voldoende vocht en een warme, beschutte, zonnige plaats. In de winter vrij droog houden en tegen vorst licht afdekken. Behandeling: In het voorjaar of vroeg in de herfst uitplanten; plantafstand 40 - 50 cm. Na de bloei de planten tot vlak boven de grond afsnijden. Vermeerdering: In het voorjaar scheuren. Onder glas op bodemwarmte in zand stekken (scheutstek>. De stekken bewortelen vrij snel en worden dan in kleine potjes geplant en opgekweekt tot ze geschikt zijn om uit te planten. Gebruik: Voor gemengde borders en in vaste plantengroepen. Belangrijke en dankbare snijbloem in de herfst De bloemen blijven op water buitengewoon lang goed. De planten zijn nachtvorstgevoelig zodat laatbloeiende soorten dikwijls niet tot bloei komen; men kan daarom beter vroege of halfvroege cv's planten. Indien de planten op speciale snijbloembedden worden gekweekt kan men deze met plastic folie afdekken tegen nachtvorsten, zodat de planten langer doorbloeien en niet beschadigen.