Het planten van een klimplant
Aandachtspunten bij het planten van klimplanten
De grond bij een muur of schutting is, vooral wanneer ze op het noorden of oosten liggen, vaak te droog om er zo maar een klimplant in te planten. De grond moet voor het planten doornat worden gemaakt en ook daarna flink vochtig gehouden worden. Plant de heester op 30 cm afstand van de muur of schutting zodat hij niet van water verstoken blijft door een overhangend dak of balkon.
Niet helemaal winterharde klimplanten mogen nooit op een koude, onbeschutte plaats worden geplant. Ze hebben een warme, .beschutte muur nodig op het zuiden of westen.
Klimop kan zich aan de muur hechten als ze in het begin een klein steuntje krijgen. Andere klimplanten, zoals clematis en kamperfoelie hebben latwerk of draden nodig. Stevig plastic gaas met een maaswijdte van 10-15 cm is hiervoor zeer geschikt. De grote mazen vergemakkelijken het aanbinden en het plastic voorkomt beschadiging door schuring. Breng het steun materiaal vóór het planten aan op 2 cm van de muur zodat de plant zich er om heen kan winden.
Het aanbinden moet spoedig na het planten plaatsvinden want de planten hebben de neiging van de muur af te groeien. Elke tak moet worden aangebonden met tuindraad, touw of plantringen. Hierna zullen de planten zich vanzelf om hun steun winden.
