Cyclaam of Alpenviooltje (Cyclamen europáeum)

Ronde, afgeplatte knollen, die zowel aan de bovenals aan de onderkant wortels vormen. Direkt uit de knol groeien enkele groenblijvende, harttot niervormige bladeren met zilverglanzend patroon aan de bovenkant en rode onderkant. Lekker ruikende, tot 15 mm grote bloemen met teruggeslagen kroonbladen.
Bolronde vruchten met kleine donkerwandige zaadjes. De bloemstengel windt zich spiraalvormig om de rijpe vruchtjes heen. Eisen:Warme, beschutte plaats, bij voorkeur in schaduw of halfschaduw. Doorlatende, humusrijke, basische grond. Behandeling: In het voorjaar uitplanten, zó dat de bovenkant van de knol hoogstens 3 cm onder het grondoppervlak komt. Hoe langer ze op dezelfde plaats blijven staan, des te mooier ontwikkelen ze zich. Vermeerdering: Zaaien in een koude kas of op warme voet. Gebruik: In rotstuinen en onder sierheesters. Sortiment: Alleen de soort zelf wordt gekweekt. Deze heeft paarsrose bloemen.