Dahlia (Dáhlia-hybriden)
Onregelmatige wortelknollen en holle stengels met tegenoverstaande, meestal drietallige bladeren. Bloemhoofdjes met buis- en lintbloemen op lange okselstandige stelen.
Eisen: Stellen geen bijzondere eisen aan de grond, mits deze niet te zwaar en te nat is. Vóór het planten goede kompost en turfmolm door de grond mengen. Plantbedden in de herfst spitten. Voorkeur voor een beschutte plaats. Behandeling: Omdat de planten gevoelig zijn voor vorst worden de knollen pas eind april of begin mei geplant, de hoge vormen op 60-80 cm onderlinge afstand, de lagere op 30-50 cm. De bovenkant van de knol dient zich op 8-10 cm diepte te bevinden. Uit stek opgekweekte plantjes kunnen pas eind mei worden uitgeplant. Reeds bij het planten wordt een stok in de grond gezet om de planten later aan te kunnen opbinden. Na het uitlopen worden alleen de drie sterkste scheuten aangehouden; daardoor verkrijgt men de rijkste bloei en de grootste bloemen. De grond moet af en toe wat worden losgemaakt. In droge perioden gieten. Tot eind juli kan aanvullend wat kunstmest worden gegeven. Uitgebloeide bloemen tijdig verwijderen. In de herfst de bovengrondse delen tot 10 cm boven de grond afsnijden, zodra de eerste nachtvorstschade optreedt, en de knollen uit de grond halen. De knollen omgekeerd vóórdrogen om het water uit. de ,holle stengelstukken te laten weglopen. Daarna de knollen schoonmaken en op een koele vorstvrije plaats bij een temperatuur van 4-6 oe overwinteren. Kleinere knollen en waardevolle nieuwigheden worden wel in zand bewaard om te grote uitdroging te voorkomen. 's Winters zo nu en dan controleren en de rotte of beschimmelde knollen direkt verwijderen, resp. rotte plekken wegsnijden en de snijwonden met houtskoolpoeder bestrooien. Vermeerdering: Knollen scheuren. Elk stuk dient een deel van de wortelhals met tenminste één oog te hebben. Dahlia's zijn voorts, vrij gemakkelijk te stekken. Hiertoe worden de moederknollen al in februari op bodemwarmte in zand en turfmolm ingegraven en iets nat gemaakt. Bij een temperatuur van 15-20 oe beginnen ze dan uit te lopen. Zodra de scheutjes 3 tot 4 blaadjes hebben snijdt men ze af en stekt ze in bakjes met zand en turfmolm. Ze wortelen bij een temperatuur van 15 - 20 ° C binnen gemiddeld 1- 2 weken. De enkelbloemige dahlia's kunnen soms ook worden gezaaid; dit dient dan in maart te gebeuren, eveneens op warme voet. Gebruik: Dahlia's zijn geliefde snijbloemen, ook al zijn ze maar vrij kort houdbaar op water. Ze worden in grote of kleine groepen in zaaibloembedden gebruikt; vooral de kleinere soorten ook voor beplanting van hele perken. Hogere soorten als solitair of om onaantrekkelijke tuingedeelten op te fleuren. Lage soorten kunnen in randen en in bloembakken en -schalen worden gebruikt.
