Gladiool (Gladiolus-hybriden)
Zwaardvormige bladeren, die in één vlak zitten. Platte knollen; elk jaar vormt zich boven de uitdrogende oude knol een nieuwe. De bloemen hebben de vorm van een puntzakje en zitten in dichte trossen. De b]oembladen zijn aan de basis vergroeid.
Gladiolen groeien in vrijwel elke tuingrond, mits deze voldoende vocht en voedsel bevat. Behandeling: Half april tot half juni buiten uitplanten. Plantdiepte 8-12 cm, plantafstand ca 15 cm. Nog voordat ze geheel zijn uitgebloeid worden de bloeiwijzen onder de onderste bloem afgesneden, daar anders de plant onnodig verzwakt door de zaadvorming. Knollen eind september - begin oktober uit de grond halen, schoonmaken en 3 - 5 dagen drogen bij een temperatuur van 25 - 30 C. 's Winters dienen ze in een droge, goed geventileerde ruimte te worden bewaard bij een temperatuur van liefst 5 - 10 C. Vermeerdering: Gladiolen worden gewoonJijk vermeerderd door de zgn. kralen, die zich aan de knol vormen, uit te zaaien; dit kan in april buiten gebeuren. Vóór het zaaien worden de kralen een of twee dagen in water gedompeld om de kieming te bevorderen. Enkele der zo gekweekte plantjes zullen bij een goede verzorging al in het eerste jaar na het "zaaien" bloeien.
