Afleggen van een groeiende scheut voor vermeerdering van uw heesters

Afleggen is een eenvoudige manier van vermeerdering van heesters zonder dat er een kas of bak aan te pas komt. Het is gebaseerd op de ervaring dat een plantedeel bij een wond wortels kan gaan vormlen als het in aanraking komt met de grond.
De geschiktste takken voor het afleggen zijn de niet-bloeiende die in het lopende seizoen zijn gevormd, dat wil zeggen de jongste, soepelste takken. Bladverliezende planten kunnen het best afgelegd worden in de herfst of winter, groenblijvende in herfst of lente.

Werk eerst de grond rond de plant oppervlakkig om. Kies dan een buigzame tak, pak die 25 à 30 cm onder de top vast en buig dat deel naar de grond. Verwijder de bladeren van het stuk dat de grond raakt. Maak aan de onderzijde een wond door er met een mes een ondiepe snede in de richting van de groeitop in te maken.

Maak in de grond onder de wond een 8-10 cm diep gat en vul dit gedeeltelijk met stekgrond of een mengsel van turfstrooisel en grof zand. Druk het verwonde deel van de tak in het gat en zet het in de grond vast met ijzerdraad. Steun de omhooggebogen top van de tak met een stokje. Vul het gat verder op. Herhaal deze handeling met andere takken. Geef hierna flink water en laat de plaatsen waar de takken zijn afgelegd nooit uitdrogen.

Na een jaar wordt voorzichtig de grond weggekrabd. Zijn de wortels goed ontwikkeld, scheid dan de nieuwe plant van de moederplant, graaf hem op met een flinke kluit en plant hem uit.

Als de wortels nog niet goed ontwikkeld zijn maar de aflegger er wel gezond uitziet, schuif dan de aarde weer terug en wacht een paar maanden alvorens de aflegger opnieuw te inspecteren.