Wilde bloemenweide
Bij wilde bloemen, bloemenweiden, nuttige mengsels met kruiden en zomerbloemen is evenals bij groenbemesting het zaaien in rijen niet aangewezen. Het effect ontwikkelt zich beter wanneer het zaad breedwerpig, net als voor een gazon, vanuit de losse pols wordt verspreid.
Vervolgens werkt men het zaad met een hark ondiep in en houdt men het voortdurend vochtig. Bloemeneilandjes vormen een alternatief voor wie een gazon een natuurlijker aanblik wil geven zonder meteen het volledige gazon te veranderen. Men steekt dan niervormige of ronde eilandjes uit in
het gras, maakt de grond zaaiklaar en zaait naar eigen smaak een- of meerjarigen of een mengsel van wilde bloemen, waarvan in tuincentra een ruime keuze voorhanden is. Dergelijke eilandjes vormen jaar na jaar een kleurrijke of speelse biotoop, die door spontane uitzaai of via uitlopers ook tentakels krijgt in het omliggende gras. Bloemenweiden passen optimaal in een zo natuurlijk mogelijk aangelegde tuin, bij vijvers met een moerasstrook, in droge biotopen en in een landelijke omgeving. Opdat zowel mens als dier er iets aan zou hebben, mag een bloemenweide niet te klein zijn. Ongunstig zijn voedselrijke grondsoorten met klei en leem, want grassen en klaversoorten gaan zich daarop in de loop der jaren steeds krachtiger ontwikkelen en de gewenste 'wilde' flora onderdrukken. Zandige, voedselarme, onbemeste grond is geschikter. Wie aan een bloemenweide denkt, moet voor ogen houden dat ze 1 tot 2 keer per jaar gemaaid moet worden en dat ze alleen op paden toegankelijk is. Ook honden en katten halen de sierlijk bloeiende pracht overhoop. Gemaaid gazon vlak bij de woning en een bloemenweide tegen de grens van uw perceel maken een combinatie van beide mogelijk.
Een alternatief voor kleine tuinen is een bloemengazon, waarin bloemen met rozetvormende bladeren een plaatsje vinden. Madeliefjes, sleutelbloemen, ereprijsjes of welriekende viooltjes kunnen de grasmaaier niet deren en ze kunnen tegen betreding. Hun bladeren groeien tegen de bodem aangedrukt. Ook krokussen, sneeuwklokjes, sneeuwroem en herfsttijloos komen hier tot hun recht. Alleen moet men in het voorjaar met maaien wachten tot de bladeren verwelkt zijn.
Hoe legt men nu een bloe- " menweide of -gazon aan?
Zaad uitstrooien tussen het gras haalt niets uit, want om te ontkiemen is intens bodemcontact nodig. Ook verticuteren heeft veeleer het omgekeerde resultaat: de grasgroei versterkt en concurreert met de bloemen. Vaak raadt men aan te wachten op bodemverarming en te hopen op natuurlijke inzaai vanuit de omgeving, maar dat vraagt heel veel geduld.
Men kan natuurlijk een bestaand gazon frezen en opmeuw inzaaien, maar men kan beter te werk gaan zoals bij de aanleg van een nieuw gazon. De beste zaaitijd is dan eind maart, april, mei of van augustus tot oktober. Een zeer goede bodemvoorbereiding is van belang, want later moet de grond gemakkelijk te onderhouden zijn. Met zachte leem, turf of onkruidvrije structuur gevende humussubstraten kan men voor de wilde bloemen diverse bodemomstandigheden scheppen. Gekochte zaadmengsels moeten soortenrijk zijn en afkomstig zijn uit kweek die voor de standplaats geschikt is. In de regel leveren eerst de snel groeiende akker( on )kruiden klaproos, korenbloem, bolderik, kamille - een bont bloeiend beeld op. Zoals in de natuur, waar naakte grond meteen door overblijvende
planten gekoloniseerd wordt, groeien daartussen grassen en vaste planten zoals margrieten, salie, morgenster, lupinen en koekoeksbloemen, die tijdens de jaren daarop de weidevegetatie uitmaken.
Maar eerst moet men de grond vrijmaken van wortels en stenen, met een hark vlak maken en het fijne zaad zeer dun uitstrooien (6 totl 0 g van een bloemen-grasmengsel per vierkante meter; bij aanleg van een gazon dichter zaaien: 15 tot 40 g, afhankelijk van het mengsel). Gelijkmatig zaaien uit de hand lukt niet iedereen meteen. Daarom kan men eerst de helft van het zaad uitstrooien en vervolgens, dwars op de vorige zaairichting, de rest. Vervolgens drukt men het zaad met een rol aan of trapt men het aan met de laarzen. Anders vermengt men grond en zaad heel licht met een hark. Nu hangt het succes af van een gelijkmatig vochtig houden gedurende ten minste 3 weken na het opkomen.
