Tuinverlichting
Het aanleggen van een tuinverlichting kan verschillende redenen hebben.
Het is verstandig om bij de keuze van de soort verlichting op de eerste plaats uit te gaan van doelmatigheid en onnodig opvallende vormen te vermijden. In grotere tuinen waar de woning via langere toegangswegen en paden van de openbare weg bereikbaar is, zal de aanleg van een verlichting als noodzaak gevoeld kunnen worden. Men beperkt hiervoor het aantal lichtpunten tot het nodige, op onderlinge afstanden van 20 à 25 m. Plan ze zo, dat het nuttig effect het hoogst is, in verband met eventuele bochten in de toegangsweg en de aanwezigheid van hogêre struik-' en boombeplantingen.
Men kan lantaarns plaatsen of lage verlichting aanbrengen en men moet, om de leefbaarheid te vergroten, op terrassen, enz., lichtpunten hebben. Uit decoratieve overwegingen kunnen tenslotte in of bij heester- en boombeplantingen en bloemborders verlichtingen worden aangelegd. Bomen en heesters kan men vanaf de grond of van hoger geplaatste punten aan stam of takken belichten, zodat tak- en bladstructuren zichtbaar worden en een levendig beeld vertonen.
Plaats de lichtpunten zo, dat ze zo mogelijk overdag niet zichtbaar zijn. Voor de verlichting van bloemen in borders en vakken worden lichtpunten boven of tussen de bloemen aangebracht. Aangezien deze lichtpunten ook overdag in het zicht komen is het belangrijk deze punten zo onopvallend mogelijk te plaatsen en armaturen van eenvoudige vorm en onopvallende kleuren te kiezen
