Verwilderen van bollen in gras en onder bomen

Narcissen, sneeuwklokjes en crocussen komen willekeurig verspreid beter uit dan in een regelmatige groep. Narcissen en crocussen kunnen in een niet te nat gazon verwilderen.
Het natuurlijkste effect wordt bereikt door de bollen daar te planten waar ze bij het uitstrooien terechtkomen.

Maak plantgaten voor afzonderlijke bollen met een plantschopje of met een speciale bollenplanter, bestaande uit een enigszins taps toelopende, aan beide zijden open cilinder met een lange of korte steel. De cilinder wordt in de grond gedrukt, twee maal zo diep als de bol hoog is, en dan met grond gevuld ' weer omhooggehaald. Zet de bol in het gat en breng dan de uitgestoken grondkluit weer op zijn plaats.


Bij het planten van grote groepen wordt eerst gekeken waar de bollen bij het uitstrooien zijn terechtgekomen. Leg ze dan in dezelfde positie ten opzichte van elkaar opzij om de zode te kunnen verwijderen. Maak een H-vormige snede in het gras, steek de zoden aan de onderkant los en leg ze naar twee kanten open. Maak de grond met een schepje wat losser. Op de juiste plaatsen worden nu de bollen geplant. Maak de grond gelijk, sla de zoden terug en druk ze stevig aan.