Snoeien van vorm- en leibomen
Een boom in de tuin wordt snel te groot. Voor tuinen waar een grote boom voor problemen zorgt is een vorm- of leiboom zeer geschikt.
Leibomen worden met behulp van een vorm- of leirek gestuurd in hun groei.
Soorten die veel gebruikt worden voor vormgroei zijn b.v. Taxus en Buxus. Soorten voor leibomen zijn Plataan, Esdoorn, Linde en verschillende fruitbomen.
Deze soorten zijn ook bruikbaar voor vormgroei zoals bijvoorbeeld een parasolvorm.
De takken van een leiboom moeten op elke 40 cm een doorgroeiende zijtak hebben. Alle andere zijtakjes kunnen op twee ogen worden teruggesnoeid. Jaarlijkse terugsnoei bevordert de dichtheid van de kroon.
Zijtakken, die zijn gegroeid, worden ook weer aangebonden. Snoeiwonden moeten klein en glad zijn om rotting te voorkomen.
Bij het afzagen van grotere takken moet je rekening houden met de volgende zaken:
- Zaag niet te dicht en niet te ver van de stam af
- Zaag niet in de takkraag (verdikking van tak bij de stam)
- Zaag eerst in onder aan de tak en zaag dan de tak van boven af om repen bast te voorkomen.
Bij het snoeien van vormen in taxus en buxus kun u kippengaas gebruiken om de vorm te bepalen alvorens te snoeien. Alles wat door het gaas heengroeit kan hierna gesnoeid worden. Het duurt met deze langzaam groeiende soorten vele jaren voor dat u de perfecte vorm heeft bereikt.
